Archeologisch vooronderzoek

De invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), naar aanleiding van het Verdrag van Malta dat in 2007 werd getekend, eist van initiatiefnemers en ontwikkelaars dat zij bij hun ruimtelijke plannen, rekening houden met archeologische waarden en het historisch erfgoed. De archeologische monumentenzorg bestaat uit verschillende processtappen en formeel te doorlopen procedures die bij elkaar de AMK-cyclus worden genoemd. Kenmerkend voor het archeologisch proces is dat iedere afzonderlijke stap voortbouwt op de resultaten van de vorige. In de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 (KNA) worden de eisen aan de uitvoering van de verschillende processtappen beschreven.  

Voor de uitvoering van de processtappen waarbij grondroering plaatsvindt, is een vergunning vereist. T&A Survey werkt hiervoor samen met ADC ArcheoProjecten.

Bureauonderzoek
Een archeologisch bureauonderzoek is doorgaans de eerste stap in de AMZ-cyclus. Door het verzamelen en analyseren van de juiste bronnen, kan voor een gebied een uitspraak worden gedaan over de archeologische verwachting. Op basis van deze gegevens zal een nauwkeurig en kritisch advies worden opgesteld ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek  en de onderzoeksstrategie die daar het beste bij past. Hiermee kan onnodig kostbaar archeologisch veldonderzoek worden voorkomen.   

Combinatie met explosievenonderzoek
In de afgelopen jaren is het besef gegroeid dat we ook resten van de Tweede Wereldoorlog tot ons erfgoed moeten rekenen. Archeologisch onderzoek naar deze periode vindt steeds vaker plaats, onder meer door het combineren van archeologie met explosievenonderzoek.  Gecombineerd archeologisch onderzoek is al mogelijk in het stadium van vooronderzoek. Gegevens uit het vooronderzoek naar Conventionele Explosieven (CE) zijn nuttig voor het archeologisch bureauonderzoek en vice versa. Omdat beide onderzoeken bij T&A Survey onder hetzelfde dak plaatsvinden, is uitwisseling van informatie snel, direct en zorgvuldig uitvoerbaar.


Alvorens een proefsleuvenonderzoek, archeologische begeleiding of opgraving (en in een bepaalde gevallen ook booronderzoek) mag worden uitgevoerd, moet hiervoor een Programma van Eisen worden opgesteld en goedgekeurd door de bevoegde overheid (veelal de gemeente). Een Programma van Eisen (PvE) is een inhoudelijk document waarin onder meer het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek staan beschreven. Bij elk onderdeel worden eisen geformuleerd waaraan het onderzoek en de uitvoering tenminste moeten voldoen. Met dit document wordt de inhoudelijke kwaliteit van archeologisch onderzoek gewaarborgd. Het kan worden gezien als hét basisdocument voor archeologisch veldonderzoek. Wij kunnen een dergelijk Programma van Eisen voor u opstellen.